1. In post No. 46 I discussed the draft legislation Shareholder Bill of Rights Act 2009. The original text of the bill as it was written by its sponsor and submitted to the Senate for consideration - Senate Bill 1074, May 19, 2009 - can be found here (HT Race to the Bottom). In the meantime, there is also a new draft initiative to be reported from this side of the ocean.
2. Some time ago, the major Dutch banks came together to talk about future bank behavior and risk-taking, in view of the whole financial collapse that took place during 2008. This resulted in recommendations (in English: "Restoring Trust") by a committee installed in November 2008 to draw lessons from the credit crunch, the Committee Maas (named after its chairman). The outcome is, in short, that the interest of the client should be leading, that the system of internal risk management should be enhanced, that the role of the supervisory board should be strengthened and that the renumeration policy should be renewed. This requires a fundamental change in mentality and refocus in the banking industry. So basically:
- less excessive risk-taking;
- less 'perverse' short-term incentives through director renumeration.
As stated in a press release of April 7, 2009:
Het klantbelang voorop, een versterking van het risicobeheer binnen banken, een versterkte rol voor de Raad van Commissarissen, een nieuw beloningsbeleid en een bankiersverklaring. Dat is een aantal aanbevelingen uit het vandaag gepresenteerde rapport 'Naar herstel van vertrouwen' van de Adviescommissie Toekomst Banken. Met het rapport beoogt de Adviescommissie een bijdrage te leveren aan het verantwoord en duurzaam bankieren in Nederland. Met aanbevelingen op de toekomst gericht hoopt zij een stap te zetten richting het herstel van vertrouwen.
(...)
Alhoewel bij de kredietcrisis vele partijen een rol hebben gespeeld, concentreert de Adviescommissie zich in haar rapport op de eigen verantwoordelijkheid van banken. De rode draad in het rapport is dat de banken in hun afweging van de belangen van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin zij opereren, het primaat weer moeten gaan leggen bij het belang van de klant. In dit opzicht is een fundamentele mentaliteitswijziging en heroriëntatie in het bankwezen nodig. Het uiteindelijke doel is de klanten van banken en daarmee de samenleving als geheel weer optimaal te bedienen en zo het geschonden vertrouwen te herwinnen.
De aanbevelingen in het rapport zijn voor het merendeel praktische adviezen aan banken in Nederland. In hoofdstuk 1 worden aanbevelingen gedaan die ten doel hebben de governance structuur en het risicomanagement binnen banken te versterken. De aanbevelingen worden gedaan over de rol en de positie van de Raad van Commissarissen, van de Raad van Bestuur en van de externe accountant. Hoofdstuk 2 bevat aanbevelingen over het beloningsbeleid. Ook komt in dit hoofdstuk de positie van de aandeelhouders aan de orde vanuit het perspectief van de maatschappelijke functie van banken. De aanbevelingen uit de eerste twee hoofdstukken zijn naar het oordeel van de Adviescommissie dwingend van aard. Hier geldt het 'comply or explain'-principe. Banken moeten de aanbevelingen uitvoeren. Zo niet, dan moeten zij uitleggen waarom niet. In hoofdstuk 3 worden aanbevelingen gedaan om het toezicht in Nederland op banken te versterken. Over het depositogarantiestelsel en de Europese toezichtstructuur worden aanbevelingen gedaan voor de Nederlandse opstelling in de Europese discussie. In hoofdstuk 4 tenslotte worden de uitgangspunten geschetst en aanbevelingen gedaan voor de structuur van het Nederlandse bankwezen in de komende jaren.
De Adviescommissie Toekomst Banken, bestaande uit Cees Maas (voorzitter), Sylvester Eijffinger, Wim van den Goorbergh en Tom de Swaan, is in november 2008 door de banken gevraagd lessen uit de kredietcrisis te trekken en aanbevelingen te doen aan de sector.
3. Today the Dutch Banking Association (the Nederlandse Vereniging van Banken (NVB)) has made public:
- that it will convert the recommendations into a code for sound banking practices together with the Dutch Ministry of Finance and the Committee Maas, based on a comply-or-explain system; and
- that it will install a new committee, that has to monitor whether the code is actually adhered to.
The code, that should be ready late 2009, is supposed to provide guidance to the banking sector in the coming period (also see here).
4. No doubt this reminds readers familiar with the Dutch corporate governance landscape of this decade (see, e.g., here and here) of the introduction of a Dutch corporate governance code in 2003, the Code Tabaksblat (named after the chairman of the committee that drafted the code). That code - also based on a comply-or-explain system - was created to restore society's faith in the big corporations, after the reporting scandals inside Europe (including Ahold and Parmalat) and outside Europe (think of Enron and WorldCom, just to name two). The 2003 code was updated in December 2008. In fact, the NVB explicitly refers to the Dutch corporate governance code, that requires listed companies - through a statutory provision - to explain in their annual accounts the extent to which they comply with the code (and if not, why not).
Met het Ministerie van Financiën wordt nagegaan hoe de wettelijke verankering gestalte krijgt. De structuur van de Code Tabaksblat, waarbij verantwoording wordt afgelegd in de jaarverslagen, biedt in dit verband een goed voorbeeld. De Bankencode zal aansluiten op de Code Corporate Governance en bestaande wet- en regelgeving. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang met Europese en internationale ontwikkelingen. De naleving van de Code wordt gevolgd door een in te stellen Monitoringscommissie. De Adviescommissie Toekomst Banken is gevraagd te adviseren hoe deze monitoring kan worden ingevuld. De Nederlandse Vereniging van Banken streeft ernaar de Code dit najaar gereed te hebben. Na de wettelijke verankering wordt de Code van kracht. Dan wordt ook de Bankiersverklaring ingevoerd.
5. Although the subject of the Shareholder Bill of Rights Act 2009 and the - to be drafted - Code for Sound Banking Practices differs, the difference in approach is interesting: top-down through law making versus bottom-up through private regulation (and only a minor statutory element). The Dutch corporate governance code has shown that practical reform can be initiated without actual legislation; this may even be the preferred route in cases like these, in view of the cooperation of the parties (i.e., the banks) involved and the flexible but still robust framework of such a code. Anyway, even if the Dutch banking code will have only half the impact on the Dutch banking world the Dutch corporate governance code has had since 2003 in the Dutch corporate arena, it would seem well worth the effort to proceed with the drafting process.
Comments