Last Wednesday, the Amsterdam court ruled that although a former ABN Amro director was in itself entitled to an exit payment of E 6.2 million (based on representations made to him by the company), the director is acting contrary to the standards of reasonableness and fairness by demanding payment of that amount (instead of the amount of E 2.5 million, as offered to him by the bank), resulting in denial of his claim.
Why? Well basically because, according to the court:
- ABN Amro is suffering from the credit crunch; and
- society - including the political landscape - is becoming increasingly concerned about and critical towards these kind of exit payments.
A.
Anders dan eiser betoogt kan niet worden aangenomen dat de Staat na de ontvlechting eigenaar wordt van een goed draaiende bank. De huidige situatie is dat de kredietcrisis het bankenconsortium ertoe heeft genoopt af te zien van het voornemen om de onderscheiden bedrijfsonderdelen van ABN AMRO te doen opgaan in RBS en Fortis. Volgens verwachting zal ABN AMRO als zelfstandige bank blijven voortbestaan, maar de omstandigheden waaronder dat zal gebeuren zijn nog ongewis. In 2008 maakte ABN AMRO alleen door de verkoop van bedrijfsactiviteiten nog een winst na belastingen van € 3,6 miljard. In het eerste kwartaal van 2009 bedroeg het verlies na belastingen € 886 miljoen. In het tweede kwartaal van dit jaar is het verlies verder opgelopen, tot bijna € 2,8 miljard. Over nieuwe overheidssteun wordt onderhandeld.
B.Er is verscherpte maatschappelijke en politieke kritiek ontstaan op bonussen van topfunctionarissen en de hoogte van hun ontslagvergoedingen. Gewezen wordt op de inhoud van de brief van de Nederlandse minister van Financiën van 23 maart 2009 aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal, alsmede op de algemene maatschappelijke en politieke ontwikkelingen ten aanzien van de bezoldiging en afvloeiingsregelingen. Die vinden onder meer hun neerslag in het najaarsakkoord 2008 van de sociale partners dat geleid heeft tot het zogenoemde wetsvoorstel limitering ontbindingsvergoeding (Wetsvoorstel wijziging van boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek voor personen met een jaarsalaris van € 75.000,-- of hoger, wetsontwerp 31 862), in de code [F], in de Wet Excessieve Beloningen, in aanbeveling 2009/385/EG van de Europese Commissie alsmede in de aanbevelingen van het European Corporate Governance Forum, in de motie [W], in het herenakkoord van de financiële sector, in het rapport van de commissie [M], in de richtlijnen van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten en in het rapport van de commissie [D] uit mei 2009.
In view of this, the former director should have stated more specifically - again: according to the court - why payment of the higher amount (E 6.2 million) instead of the lower amount (E 2.5 million) was justified in the circumstances.
Kort samengevat: ABN AMRO is in zwaar weer terecht gekomen. Aan de aanzienlijke staatssteun zijn voorwaarden gebonden in de vorm van invloed op de beloningen van (hogere) werknemers. De maatschappelijke opvattingen over de hoogte van bonussen en afvloeiingsregelingen zijn kritischer geworden. In het licht van die omstandigheden zou het aan eiser zijn om een concrete relatie te leggen tussen de vergoeding en zijn nadeel. Dat heeft hij nagelaten: eiser baseert zich alleen of in hoofdzaak op een toezegging die specifiek aan hem is gedaan toen de financiële en maatschappelijke omstandigheden van de bank al veranderde. Het bovenstaande afwegende acht de kantonrechter in de omstandigheden van dit geval ongewijzigde nakoming van de toezegging naar normen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Ouch. Did it not help this director that late 2008 another former director of the bank was succesful in litigation initiated by the same bank before the same court, also concerning exit payments that amounted to a whopping E 8 million (see post No. 62)? Well no, because that director - in view of the abovementioned circumstances - chose to drop 50% of his contractual claims (in that case, the court was quite reluctant to tinker with the contractual arrangement between the parties). This director was still going for the jackpot, which made the two cases distinguishable.
De in rov. 12 genoemde uitspraak inzake ABN AMRO/[persoon 7] heeft hier onvoldoende relevantie. Anders dan eiser heeft [persoon 7] zich in zijn vordering niet meer gebaseerd op de oude severance policy. Blijkens het vonnis heeft hij in de nieuwe eigendomsverhoudingen bij ABN AMRO, de financiële crisis en de gewijzigde maatschappelijke opvattingen aanleiding gezien om meer dan de helft van zijn contractuele aanspraken te laten vallen. De kantonrechter zag geen gronden voor een verdergaande matiging. Eiser heeft een andere positie ingenomen, hetgeen de casus onvoldoende vergelijkbaar maakt.
Honestly, after reading both rulings I doubt whether the two cases are really all that different. So what a difference a year makes, with more financial crisis and more discussion in the public arena about bonuses and exit payments. Not surprisingly, this outcome is generating quite some media attention (also see here and here). Apparently appeal will be lodged.
Comments