In post No. 164, I discussed the bankruptcy of Dutch bank DSB, and mentioned some of the issues that the case raises. One of these is the issue of how the dual role of Dirk Scheringa, owner and CEO, impacted the bank's governance. Newspaper NRC addressed this issue in an interesting article that was published last Saturday:
Het grote probleem van DSB Bank is de verwevenheid met DSB Beheer, waar alle andere ondernemingen van Dirk Scheringa onder vallen. Via DSB Beheer lopen geldstromen tussen de bank, de verzekeringsmaatschappijen, de vastgoedinvesteringen, AZ, het stadion, de schaats- en wielerploeg en het museum.
De centrale bank heeft problemen met de geldstromen tussen DSB Bank en DSB Beheer, vooral omdat er liquiditeitsproblemen zijn bij Beheer. De geldnood komt mede doordat de dividendbetalingen van Bank aan Beheer op aanraden van De Graves voorganger Zalm zijn stopgezet om de solvabiliteitspositie van de bank te verbeteren. Na Zalms vertrek, eind 2008, wordt er nog een interim-dividend overgemaakt, maar dat is onvoldoende voor alle uitgaven van Beheer.
Meest nijpend is een lening van 75 miljoen euro. Die is verstrekt toen DSB Bank op aandringen van de centrale bank enkele internetbedrijfjes afstootte naar Beheer. Het gevolg is dat als Beheer niet meer aan zijn verplichtingen voldoet, de bank een probleem heeft.This is classic stuff. Dirk Scheringa had DSB bank pay dividends and loan money to his holding company, which used the funds in part to finance Scheringa's hobbies, such as soccer and art. These transactions will undoubtedly receive close scrutiny in the next couple of months. While there are no minority shareholders as in the case of, for example, Parmalat (Scheringa owned 100% of the shares), there are many stakeholders who may have been harmed, including the numerous consumers who won't see their savings deposits refunded entirely by the deposit insurance or the bankrupt estate. To be continued.
Comments